Bezuinigen of heroverwegen in het reformatorisch voortgezet onderwijs?

Bezuinigen of heroverwegen in het reformatorisch voortgezet onderwijs?

  • “Bezuinigen alleen is niet genoeg, vindt Van der Staaij”

-Volkskrant.nl, zaterdag 24 maart 2012-

Wat is de aanleiding voor dit onderzoek?

Het kabinet moet maximaal 16 miljard euro extra bezuinigen als het volgend jaar aan de Europese eis wil voldoen dat het begrotingstekort maximaal 3 procent mag zijn. De nieuwe miljarden komen bovenop de 18 miljard bezuinigingen waartoe het kabinet al heeft besloten. De coalitie heeft al laten weten dat ze extra wil bezuinigen. Alle ministeries moeten inleveren en dus ook het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Onderwijs: presteren en bezuinigen

Bovenstaande berekening van het centraal planbureau (CPB)  zou de voor de begroting van het OCW voor  2013 gevolgen kunnen hebben. Voor 2012 is dit nog niet het geval en het aangekondigde is ingezet en uitgewerkt in de volgende actieplannen: ‘Basis voor presteren’, ‘Beter presteren’ en ‘Leraar 2020, een krachtig beroep’[1]. Er moet beter gepresteerd worden, maar er wordt ook 300 miljoen bezuinigd. Door het invoeren van assend onderwijs zal het voortgezet onderwijs met minder geld de taken moeten uitvoeren. In het hoofdstuk 2 zal het Passend Onderwijs verder besproken worden.

Bezuinigingen passend onderwijs  Huidig budget  Voorstel nieuw budget per 2013
Basisbekostiging  € 1,5 miljard  € 1,5 miljard
Budget extra ondersteuning  € 2,2 miljard  € 1,9 miljard
Totaal  € 3,7 miljard  € 3,4 miljard

Bron: http://www.rijksoverheid.nl

De bezuiniging begint in 2013 met een bedrag van € 100 miljoen, oplopend naar € 200 miljoen in 2014 en € 300 miljoen vanaf 2015 (www.rijksoverheid.nl).

Een inleidende gedachte

Inmiddels zijn de bezuinigen in het voortgezet onderwijs een feit en staan de ‘spelregels’ zwart op wit.  Ook de reformatorische scholen in het voortgezet onderwijs doen er goed aan om hier rekening mee te houden in  het (financiële) meerjarenplan.  Minder inkomsten en een groeiend aantal kinderen die lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk gehandicapt zijn én beter presteren. De speerpunten in het kader van Passend Onderwijs zullen verder besproken worden.

Hoe moeten reformatorische scholen in het voortgezet onderwijs met de veranderingen omgaan én hierop inspelen? Uit de bedragen die in de aanleiding genoemd zijn, blijkt dat er bezuinigd moet worden, maar dat er ook een verschuiving van taken plaatsvindt in de onderwijssector. Door deze verschuiving van taken wordt de onderwijssector als het ware opnieuw ‘geframed’. Er moet bezuinigd worden, maar moeten de taken ook heroverwogen worden? Wat zijn nu de kerntaken van een reformatorische school in het voortgezet onderwijs en wat moeten de nieuwe kerntaken met de invoering van het Passend Onderwijs worden?

De kritische vragen die hierbij gesteld kunnen worden zijn of de school met minder geld hetzelfde gaat doen, met minder geld minder van hetzelfde gaat doen of met minder geld iets anders gaat doen. Cooper (2006) voegt nog een ander aspect aan beleid toe, want hij vindt dat de publieke bestuurder in een organisatie zijn of haar beleidskeuzes ethisch moet kunnen verantwoorden.

Opbouw van het onderzoek

“Het doel van dit onderzoek is  door middel van een kerntakenanalyse het management van een reformatorische school in het voortgezet onderwijs inzicht en advies te geven hoe de beschikbare middelen ten diensten van de visie en missie ingezet kunnen worden”

In hoofdstuk 1 wordt een casus besproken van een reformatorische school in het voortgezet onderwijs als onderwijsinstelling beschreven: wat is de koers die deze scholengemeenschap wil volgen (missie) en hoe wordt hier op papier een invulling aan gegeven (visie)?

De doelstellingen die deze reformatorische scholengemeenschap hanteert om visie inhoud te geven, komen in dit hoofdstuk ook aan bod.

Hoofdstuk 2  bestaat uit een ‘omgevingsanalyse’. Welke ontwikkelingen op politiek-bestuurlijk, financieel-economisch, sociaal-cultureel en technologisch gebied zijn relevante? Welke kansen heeft de reformatorische scholengemeenschap uit de casus? Of vormen deze veranderingen juist een bedreiging? Verder worden de belanghebbende (stakeholders) in kaart gebracht en welke rol zij voor de reformatorische scholengemeenschap hebben.

In hoofdstuk 3 wordt de doelmatigheid- en doeltreffendheid van de werkwijze op de reformatorische scholengemeenschap bekeken en hiervan wordt een analyse gemaakt.

Wat wordt  in politieke en maatschappelijke zin van de scholengemeenschap gevraagd? In hoofdstuk 4 wordt een normatief kader geschetst voor een bestuurlijke visie voor de reformatorische scholengemeenschap.

Hoofdstuk 5 wordt gebruikt voor een prioriteitenstelling van kerntaken van de reformatorische scholengemeenschap. Wat doen zij wel en wat doen zij niet?

Hoofdstuk 6 ‘hoe kan dit onderzoek gebruikt worden? Bestaand uit het  advies. De organisatorische factor van veranderen is hierbij een  belangrijk, maar meer nog de menselijke factor.

H1. De taken van de reformatorische scholengemeenschap in 2012[2]

1.1 Bijzondere positie van de reformatorische scholengemeenschap

De reformatorische scholengemeenschap in deze casus heeft een bijzondere positie als middelbare school vanwege haar  reformatorische grondslag. In Nederlands zijn slechts acht reformatorische scholengemeenschappen voor het voortgezet onderwijs te vinden. Hiermee richten reformatorische scholen zich op een specifieke  doelgroep en heeft het geografisch gezien een breed achterland.

 

1.2 Missie en visie van de reformatorische scholengemeenschap

In het strategisch beleidsplan 2012- 2016 ‘naar een verantwoord resultaat’ van de reformatorische scholengemeenschap staat de missie en de visie van deze scholengemeenschap beschreven. De missie kan worden samengevat in het verzorgen van voortgezet onderwijs voor jongeren vanuit reformatorische gezinnen die een diploma of kwalificatie voor het voortgezet onderwijs willen behalen. Hierbij gebruikt de school de bijbel als uitgangspunt. “Ten diepste gaat het om de vraag of zij haar leerlingen voldoende bagage meegeeft vanuit de Bijbel om als volwassenen te kunnen functioneren in de samenleving van vandaag” (strategisch beleidsplan 2012-2016:6).

De visie van de reformatorische scholengemeenschap kan worden samengevat in de volgende vier kernwaarden:

  • Het reformatorische scholengemeenschap leert in een gemeenschap;
  • Het reformatorische scholengemeenschap leert in een verantwoordelijke gemeenschap;
  • Het reformatorische scholengemeenschap leert in een vormende gemeenschap;
  • Het reformatorische scholengemeenschap leert in een veilige gemeenschap.

Met deze visie richt de reformatorische scholengemeenschap zich niet alleen op het onderwijzen van haar leerlingen maar ziet zij zichzelf en haar leerlingen als belangrijk onderdeel van de maatschappij in brede zin.

1.3 Doelstellingen van de reformatorische scholengemeenschap

De doelstelling van de reformatorische scholengemeenschap wordt beschreven in artikel 3 van de statuten van de Stichting. Deze luidt als volgt:

De stichting stelt zich ten doel werkzaam te zijn tot oprichting en instandhouding van voortgezet onderwijs op de genoemde grondslag. Haar opdracht is om vanuit reformatorische overtuiging onderwijs te geven, gericht op het volgen en begeleiden van kinderen in hun ontwikkeling tot zelfstandig denkende en handelende mensen, met besef van normen en waarden.

 

1.4 Taken binnen de reformatorische scholengemeenschap

De missie, visie en de doelstelling worden stapsgewijs geconcretiseerd en vertaald naar een takenpakket waar de reformatorische scholengemeenschap in het dagelijkse praktijk mee aan de slag gaat. De eerste stap is de vertaling van de vier kernwaarden naar strategische doelstellingen met een aantal gewenste resultaten. In 2011 is er door diverse stakeholders van de reformatorische scholengemeenschap gebrainstormd en zijn er door de directeuren en het college van bestuur (CvB) zes strategische speerpunten geformuleerd:

  1. Professionele cultuur;
  2. Resultaatverantwoordelijke teams;
  3. Kwaliteit van het onderwijs;
  4. Pedagogisch didactisch klimaat;
  5. Identiteit;
  6. Personeelsbeleid.

Deze zes strategische punten van de reformatorische scholengemeenschap worden verder uitgewerkt door de verschillende afdelingen binnen de school (vmbo BK&PrO, vmbo GT, H/L). Dit vormen de dagelijkse randvoorwaarden  waarmee het (midden)management van de reformatorische scholengemeenschap aan de slag gaat.

1.5 Organigram van de reformatorische scholengemeenschap

In onderstaande figuur is het organisatieschema  van de reformatorische scholengemeenschap weergegeven.

Bron: secretariaat reformatorische scholengemeenschap

H2. Waar moet de reformatorische scholengemeenschap rekening mee houden?

2.1. Waar moet de reformatorische scholengemeenschap politiek-bestuurlijk aan voldoen?

Hiërarchische (verticaal) gezien moet de reformatorische scholengemeenschap verantwoording afleggen aan het ministerie van OCW. Het gaat hierbij om aspecten die van algemeen belang zijn: opbrengsten, onderwijsleerproces, zorg en begeleiding, kwaliteitszorg en wet & regelgeving. Het ministerie van OCW heeft de onderwijsinspectie ingesteld om toezicht te houden op het onderwijs. De onderwijsinspectie heeft als ‘tool’ een waarderingskader met indicatoren waar de school zich aan moet houden.

 

2.1.1 Wat betekent passend onderwijs politiek-bestuurlijk voor de reformatorische scholengemeenschap

Twee speerpunten voor het passend onderwijs worden genoemd[3]: de school heeft zorgplicht en  samenwerking tussen scholen is noodzakelijk (www.passendonderwijs.nl).

Het kabinet wil dat leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, beter worden geholpen. Vanaf augustus 2013 moeten scholen ervoor zorgen dat er voor elk kind dat extra ondersteuning nodig heeft een passende plek is (zorgplicht). Dat kan zijn op de school waar de ouders hun kind hebben aangemeld, maar ook op een andere school die beter kan inspelen op de ondersteuning die het kind nodig heeft of in het speciaal onderwijs. Als de school van aanmelding het kind niet zelf kan plaatsen, wordt na overleg met de ouders een passende plek op een andere school geboden.

De landelijke indicatiestelling en de rugzak verdwijnen[4]. In plaats daarvan organiseren en financieren de samenwerkende scholen rechtstreeks de ondersteuning die een school of kind in de klas nodig heeft (www.rijksoverheid.nl) .

Kansen en bedreigingen op politiek-bestuurlijk gebied

  • De Rijksoverheid dwingt een school met het invoeren van passende onderwijs om kritisch naar de werkelijk (kern)taken te kijken.
  • Een gehoorde verzuchting: “Het lijkt erop dat minister Van Bijsterveldt het ‘wat’ bepaalt, maar nu ook het ‘hoe’ probeert in te vullen.”

 

2.2 Waar moet de reformatorische scholengemeenschap financieel-economisch rekening mee houden?

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft in het onderwijs de lumpsumfinanciering ingevoerd. Scholen krijgen elk jaar 1 bedrag voor materiële en personele kosten. Hoe ze dat bedrag verdelen en besteden, bepalen de schoolbesturen zelf. In het voortgezet onderwijs is het aantal leerlingen op 1 oktober van het vorige jaar bepalend voor de bekostiging vanaf 1 januari het jaar daarop volgend (bekostiging op kalenderjaarbasis). Het grootste deel (85%) van de bekostiging is voor personeelskosten. Ongeveer 15% van de bekostiging is bedoeld voor materiële kosten (apparatuur, onderhoud, lesmateriaal en schoonmaak). Hoeveel een schoolbestuur inzet voor management, onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel en hoeveel voor materiële middelen, kan per school verschillen[5][6][7].

2.2.1 Wat betekent Passend Onderwijs financieel-economisch voor de reformatorische scholengemeenschap?   

Er wordt ruim €300 miljoen bezuinigd in het onderwijs. Het gaat niet direct om de bedragen, maar meer om de bewustwording dat er minder geld binnenkomt. Het nieuwe financiële systeem passend onderwijs vervangt het huidige bekostigingssysteem voor het voortgezet (speciaal) onderwijs en de leerlinggebonden financiering. De rugzak komt te vervallen. De middelen die beschikbaar zijn voor extra ondersteuning worden toegekend aan het samenwerkingsverband. De eerdere groeiregelingen vervallen. Binnen het samenwerkingsverband zullen afspraken gemaakt moeten worden over de bekostiging van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

Kansen en bedreigingen op financieel-economisch gebied

  • Een werkbaar zorgprofiel en duidelijke afspraken in een samenwerkingsverband kunnen er voor zorgen dat het geld voor ‘zorgleerlingen’ doelmatig en doeltreffend wordt besteed.
  • Een verzuchting binnen scholen is: “minder leraren, grotere klassen, minder onderhoud aan schoolgebouwen, geen extra taal- en rekenprogramma’s of geen nieuwe computers.”

 

  • Waar moet de reformatorische scholengemeenschap sociaal-cultureel op inzetten?

De scholengemeenschap uit de casus is een christelijke school op reformatorische grondslag. Dat blijkt niet alleen uit het feit dat de grondslag van de school gevormd wordt door de Bijbel en de daarop gebaseerde Drie Formulieren van Enigheid, maar zeker ook uit de wijze waarop we met elkaar omgaan en het onderwijs gestalte trachten te geven. Daarbij is een goed opgeleide bevolking essentieel voor de sociale en economische welvaart in de maatschappij.

Onderwijs draagt bij aan de persoonsvorming van leerlingen, aan maatschappelijk en culturele vorming en aan voorbereiding op deelname aan de arbeidsmarkt. Een van de hoofddoelen van onderwijs is de kwalificatiefunctie, waarbij leerlingen en studenten optimaal worden voorbereid op vervolgonderwijs en beroep. Maar onderwijs heeft ook een socialisatiefunctie. Hierdoor leren nieuwe generaties zich de algemene waarden en moraal eigen te maken die nodig zijn voor een actieve deelname aan de maatschappij en die de sociale samenhang bevorderen. Scholen zijn sinds 2006 verplicht aandacht te schenken aan ‘actief burgerschap en sociale integratie’ (www.trendsinbeeld.nl).

Kansen en bedreigingen op sociaal-cultureel gebied

  • De inzet van de Rijksoverheid op ‘actief burgerschap’ in combinatie met ‘socialiseren’.
  • “De minister wil ‘de lat omhoog’, maar we moeten voorkomen dat een groeiend aantal leerlingen daar op een zeker moment niet meer over heen zal kunnen springen.”

 

2.4 Waar moet de reformatorische scholengemeenschap technologisch mee rekening houden?

De technologische infrastructuur van scholen in het voortgezet onderwijs sluit niet aan op de technologische infrastructuur van de digitale ‘buitenwereld’. Manual Castells omschrijft de huidige maatschappij als een informatiemaatschappij, waarin activiteiten en de economische productie plaatsvinden rondom de informatie- en communicatietechnologie (Homburg, 2008:48). Deze technologische ontwikkeling heeft een grote invloed op het gebruik van informatie en ICT in het leven en leren van scholieren. In de praktijk blijkt dat scholen conservatief zijn in het gebruik van ICT middelen. Ook hebben docenten  vaak niet de ICT vaardigheden om op de belevingswereld van de digitale autochtoon aan te sluiten. Het kabinet-Rutte wil onder leiding van staatsecretaris Zijlstra, dat het Nederlandse onderwijs kwalitatief tot de top vijf van de wereld gaat behoren (Commissie Veerman 2010:6). “Om deze kwaliteit op een hoger plan te brengen te is een effectieve en efficiënte uitwisseling van informatie en informatie- en communicatietechnologie (ICT) een noodzakelijk voorwaarde” (Bekkers, 2010:1).

Kansen en bedreigingen op technologisch gebied

  • Technologische innovatie: inzet van tablets en aansluiting op digitale content.
  • Pedagogische innovatie: De competentie eisen voor docenten verandert. Deze geeft niet meer alleen les, maar is ook ontwerper, coördinator, moderator, mediator en mentor.

 

2.5 Met welke belanghebbenden moet de reformatorische scholengemeenschap rekening houden?

Interne stakeholders zijn: raad van toezicht, college van bestuur, directie, medewerkers, ouders en leerlingen. Externe stakeholders zijn: ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap (+inspectie), kerkenraden, burgerlijke gemeenten, toeleverende en afnemende scholen, stagebedrijven, besturenorganisaties, directeurenoverleg reformatorisch voortgezet onderwijs, stedelijk rectorenoverleg, buren van de school, dienstverleners (orthoconsult, Horizon, schoolmaatschappelijk werk, juristen), politie en een accountant.

2.5.1 Welke stakeholders zijn wettelijk vastgelegd voor de reformatorische scholengemeenschap?

Op de reformatorische scholengemeenschap is er een raad van toezicht (RvT) en een college van bestuur (CvB). In statuten en reglementen zijn de verhouding tussen RvT en CvB, tussen CvB en de medezeggenschapsraad  (MR) en tussen RvT en MR vastgelegd. Tevens is wettelijk de rol van de inspectie en de informatieverplichting naar OCW vastgelegd.

De reformatorische scholengemeenschap moet geen speelbal worden  en daarom richt de school zich in eerste instantie richt op de bovengenoemde interne stakeholders en wat betreft de externe stakeholders op: het ministerie van OCW/inspectie, kerkenraden, toeleverende en afnemende scholen, stage bedrijven en de buren van de school. Het jaarverslag van de reformatorische scholengemeenschap wordt ieder jaar onder het grootste deel van bovengenoemde stakeholders verspreid (Stakeholderbeleid, 2011).

Kansen en bedreigen voor de reformatorische scholengemeenschap door stakeholders

  • Wettelijke stakeholders geven kaders aan en geven ook richting aan het onderwijs.
  • Als reformatorische school is de identiteit van groot belang. Hier verleent de school tenslotte de status van ‘bijzonder onderwijs’ aan.

 

H3. Werkt de reformatorische scholengemeenschap doelmatig en doeltreffend?

Om de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de reformatorische scholengemeenschap globaal in kaart te brengen, wordt er in dit hoofdstuk gebruik gemaakt van de het jaarverslag van de medezeggenschapsraad van scholengemeenschap.[8]Verder kunnen de bijlagen gebruikt worden om met tabellen en cijfers de doelmatigheid en doeltreffendheid van het reformatorische scholengemeenschap te bepalen.[9]

3.1 Een interne momentopname van de doelmatigheid van de reformatorische scholengemeenschap

“Het College van Bestuur (CvB) heeft voor 2012 een begroting geaccepteerd met een negatief resultaat van € 250.000. Dit tekort wordt vooral veroorzaakt door bezuinigingen bij de overheid, stijgende huisvestingslasten en hogere loonkosten. De MR heeft uitgesproken geen moeite met het nemen van dit tekort te hebben, omdat de school een relatief groot weerstandsvermogen en een hoge kapitalisatiefactor heeft. Dit werd bevestigd door de gegevens die we van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ontvingen over de financiële positie van onze school. Om de risico’s die de school loopt, goed in te schatten, is een uitgebreide risico-inventarisatie gemaakt.

Zorgelijker is dat uit de meerjarenbegroting blijkt dat er op termijn jaarlijks een tekort te verwachten is. Door het CvB is de verwachting uitgesproken dat, ondanks de doorgevoerde bezuinigingen er op termijn een nieuwe bezuinigingsronde nodig is. De MR heeft nadrukkelijk gevraagd om de kwaliteit van het onderwijs daarbij zoveel mogelijk op peil te houden. Uit de jaarrekening over 2011 bleek dat het tekort een stuk kleiner was dan in de begroting voorzien. De MR sprak dan ook haar waardering uit over het gevoerde financiële beleid.

In de laatste vergadering van het cursusjaar kwam het formatieplan voor de nieuwe cursus aan de orde. Dit plan heeft een fors tekort: meer dan € 1 miljoen. Voor een groot deel wordt dit veroorzaakt door de sterk stijgende pensioenpremies. Daarnaast is opvallend dat de tekorten per afdeling fors verschillen” (jaarverslag 2011-2012 medezeggenschapsraad).

 

3.3 Een momentopname van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het de reformatorische scholengemeenschap

Enkele van de zaken waar aan de doelmatigheid en doeltreffendheid zijn af te lezen is het al dan niet behalen van de verplichte jaarlijkse onderwijs tijd van 1000 uur (en in de examenklassen 700 uur). De reformatorische scholengemeenschap voldoet in bijna alle klassen aan deze norm.

“Dit cursusjaar werden de eisen voor het behalen van een diploma aangescherpt. In de komende jaren zullen de eisen verder verzwaard worden. Het CvB deed meerdere voorstellen om op deze nieuwe eisen in te kunnen spelen. Omdat in de volgende cursus de rekentoets verplicht wordt, stemde de MR in met het voorstel om het rekenonderwijs te verbeteren. Ook stemde de MR in met een voorstel om de overgangsvormen aan te passen aan de nieuwe eisen.

Daarnaast kwam het CvB met het voorstel om de lessentabel in de bovenbouw van het havo/vwo aan te passen. Op het havo zal het vak Engels versterkt worden, terwijl de vakken informatica en anw worden afgeschaft. Als nieuw vak wordt ‘natuur, leven en technologie’ (nlt) ingevoerd. De MR heeft met deze voorstellen ingestemd.

De lessentabel vmbo-basis/kader werd ook aangepast. Er wordt een nieuw vak, ‘praktijk en oriëntatie’, ingevoerd om leerlingen beter voor te bereiden op hun plaats in de maatschappij.

Een aantal malen kwam het onderwerp ‘Passend Onderwijs’ aan de orde. Op dit gebied moet er de komende jaren veel gebeuren. Door de politieke situatie besloot de minister van Onderwijs aan het eind van de cursus om er een jaar extra voor uit te trekken. De MR zal in de komende tijd regelmatig bij dit onderwerp betrokken zijn. De gestarte samenwerking met de Samuël-school werd aan het eind van de cursus beëindigd. De samenwerking levert niet de verwachte voordelen op. De MR adviseerde in deze zaak positief.

De MR heeft het CvB gevraagd om te komen met een beleidsstuk over het onderwerp Internationalisering. Dit is door het CvB toegezegd.

Aan het begin van de cursus was de doorontwikkeling van de managementstructuur afgerond en gingen de nieuwe afdelingsleiders aan het werk. De benoemingsprocedure van deze afdelingsleiders evalueerden we uitgebreid. Helaas moesten we constateren dat de communicatie tijdens de procedure geen schoonheidsprijs verdiende. De MR meende dat een groepsgesprek in deze procedure geen goed selectie-instrument was. Het CvB beloofde deze leerpunten in een volgende procedure mee te nemen.

Dit jaar was er ook regelmatig aandacht voor het onderwerp Functiemix. De stand van zaken werd door de MR besproken. Het CvB was helaas niet in staat om een docentfunctie op LD-niveau te ontwikkelen. De MR heeft uitgesproken dit zeer te betreuren. Desondanks werd ingestemd met de procedure om in het kader van de functiemix nieuwe benoemingen te doen in LD-functies. Dit op voorwaarde dat de taak van de personen die benoemd worden voor een substantieel deel bestaat uit lesgeven. Daarnaast wil de MR een lijst ontvangen waarin beschreven wordt welke taken tot primaire proces gerekend worden. Het CvB werkt nog aan deze lijst (jaarverslag 2011-2012 medezeggenschapsraad).

 

3.4 Enkele stakeholders over de reformatorische scholengemeenschap

Leerlingen

De gemiddelde waardering voor de school in het  leerlingtevredenheidsonderzoek is een 7,0. Daarmee doet de school het niet slecht, maar anderzijds zijn er ook duidelijke leerpunten uit dit onderzoek te halen. Als aandachtspunten, waaraan gewerkt moet worden, zijn meegegeven:

  • het pedagogisch klimaat;
  • de didactische aanpak;
  • de inrichting van de lokalen.

Vanuit de leerlinggeleding werd een paar keer aandacht gevraagd voor de algemene omgangsnormen binnen de school. De manier waarop sommige docenten omgaan met leerlingen is niet altijd de gewenste. Vanuit de MR en het CvB werd gevraagd om deze zaken altijd te melden bij een vertrouwenspersoon of een directielid. Ook wezen de leerlingen erop dat het gedrag van de leerlingen onderling te verbeteren valt. Meerdere geledingen vroegen aandacht voor het onderwerp ‘fatsoenlijke kleding’. Het CvB gaf aan dat dit onderwerp moeilijk precies af te bakenen is.

Ook vroegen de leerlingen geregeld aandacht vooral allerlei praktische zaken. Vanuit het CvB is erop gewezen dat het gevaar bestaat dat de MR in allerlei details verzandt. Om dit te voorkomen, wordt in het vooroverleg met de leerlingen gekeken welke zaken beter via de afdelings-directies geregeld kunnen worden. Alleen schoolbrede zaken worden in de MR besproken” (jaarverslag 2011-2012 medezeggenschapsraad).

Achterban

“Door de oudergeleding zijn regelmatig vragen gesteld, o.a. over de schoonmaak van de terreinen en gebouwen en de examenreis. De ouders vonden het positief dat via SOM meer inzicht te krijgen is in de resultaten van hun kinderen.

Ook was er vanuit de oudergeleding aandacht voor de gang van zaken rond de MR-verkiezingen. De geleding sprak haar bezorgdheid uit over het geringe aantal mensen dat zich kandidaat stelt. Naar aanleiding van de verkiezing is door een aantal ouders vragen gesteld over de informatie die beschikbaar is over de kandidaten. De oudergeleding zal zich op dit punt beraden en zo nodig komen met voorstellen om dit te verbeteren.

Via de website en het ouderportaal probeert de MR zo goed mogelijk contact te houden met de ouders. Via het portaal zijn de agenda’s en de notulen van de vergadering te raadplegen. Voor het personeel worden deze ook toegevoegd aan het wekelijkse bulletin. Alle geledingen van de MR zijn te bereiken via een eigen email-adres. Verder heeft de leerlinggeleding in alle gebouwen een poster opgehouden om zich bekend te maken bij alle leerlingen.

Dit jaar is er voor het eerst overleg geweest tussen de medezeggenschapsraden van alle reformatorische scholen. In dit overleg zijn veel praktische zaken uitgewisseld. Besloten is jaarlijks een dergelijk overleg te organiseren en dit te koppelen aan een bepaald thema” (jaarverslag 2011-2012 medezeggenschapsraad).

 

3.5 Benchmarking van de reformatorische scholengemeenschap

Politiek, media, mensen op straat. Vrijwel iedereen heeft een mening over onderwijs. Gevolg: vaak ongenuanceerde en onvolledige verhalen. In ‘Vensters voor Verantwoording’[10] is een realistisch beeld te zien van de reformatorische scholengemeenschap ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Bron: http://www.schoolvo.nl

Kansen en bedreigingen op het gebied van doelmatigheid en doeltreffendheid

  • Uit het verslag van de medezeggenschapsraad blijkt dat er financieel geprobeerd wordt de vinger aan de pols te houden. Het is positief dat de MR het advies geeft om de kwaliteit van het onderwijs zoveel mogelijk te handhaven. Verder is in ‘venster voor verantwoording’ zichtbaar dat de school het ten op zichten van het landelijk gemiddelde het goed doet.
  • De functiemix, stijgende pensioenpremies en de bezuinigingen van de overheid vragen om bezuinigingen.

H4. Wat is voor de toekomst belangrijk voor de reformatorische scholengemeenschap?

4.1 Politiek-bestuurlijk

Wat vraagt de politiek en de maatschappij op dit gebied? Op dit moment is het politiek-bestuurlijk belangrijk dat het college van bestuur van de reformatorische scholengemeenschap zich houdt aan de code ‘Goed Onderwijsbestuur’. Hierbij moet ook aangetoond worden dat de reformatorische scholengemeenschap terecht het label ‘bijzonder onderwijs’ draagt. De ‘meerwaarde’ moet blijken uit de dagelijkse invulling van het onderwijs. De inspectie moet de ‘bijzonderheid’ kunnen opsnuiven bij een bezoek aan de school, maar ook uit de resultaten van de school, die in ‘Venster van verantwoording’ zijn af te lezen.

Daarnaast zijn er op rijksniveau bewegingen om de toepassing van artikel 23 van de grond wet dat de vrijheid van onderwijs regelt minder strikt toe te passen (Onderwijsraad, 2012). Hier mee zou het uiten van de identiteit van de reformatorische scholengemeenschap in de toekomst minder van belang zijn. Toch zal hier voor de reformatorische scholengemeenschap de nadruk op blijven liggen, want hier is de ‘meerwaarde’ van de school in verweven.

4.2 Financieel-economisch

Wat vraagt de politiek en de maatschappij op dit gebied? Met Passend onderwijs en andere bezuinigingen in het onderwijs, lijkt het er op dat er met minder geld, dezelfde taken moeten worden uitgevoerd. De vraag kan gesteld worden of we ‘de dingen goed doen’ maar ook of we ‘de goede dingen doen’.kenen van de wettelijke en maatschappelijk kerntaken van een school kan er ook gekeken worden naar de rol van het onderwijspersoneel (OP), onderwijsondersteunend personeel (OOP) en het management. Het scherp stellen van de taken van de werknemers kan voor alle partijen verhelderend werken en hiervoor kan op de reformatorische scholengemeenschap het functiewaarderingssysteem (FUWA) gebruikt worden.

4.3 Sociaal-cultureel

Onderwijs heeft verschillende functies. Het socialiseren van de leerlingen is een taak van de school, maar daar wordt vaak niet expliciet aandacht aan gegeven. De overheid heeft vanaf 2006 scholen verplicht om in te zetten op actief burgerschap en sociale integratie. Dit betekent dat de school als taak heeft in het toerusten van de leerling om als persoon in de maatschappij  te kunnen functioneren. Aan dit aspect hecht de samenleving veel belang (Peschar, Hooghoff, Dijkstra en Ten Dam, 2010:9).

De resultaten van de reformatorische scholengemeenschap worden volop gemeten en zijn zichtbaar voor iedereen.[12] De focus van de reformatorische scholengemeenschap ligt op de wettelijke vereisten en hier wordt stevig op ingezet. In het verleden is echter gebleken dat een te grote nadruk op meetbare resultaten zal leiden tot calculerend gedrag, waardoor de werkelijke resultaten niet zullen verbeteren (Jansen, 2010:21). De reformatorische scholengemeenschap kan inzetten op ‘actief christelijk burgerschap’ en op ‘sociale vaardigheden’ wat voor de maatschappij van groot belang is. Verder moet er een gezonde competitie zijn waar alle leerlingen in kunnen presteren. Dit vereist een professionele organisatie met I-professionals die trots zijn op hun werk (Weggeman, 2006; Weggeman, 2010; Jansen, Van den Brink & Kole, 2010).

4.4 technologisch

Manual Castells omschrijft de huidige maatschappij als een informatiemaatschappij, waarin activiteiten en de economische productie plaatsvinden rondom de informatie- en communicatietechnologie (Homburg, 2008:48). Bekkers (2010) stelt dat een effectieve en efficiënte uitwisseling van informatie en informatie- en communicatietechnologie (ICT) een noodzakelijk voorwaarde is om de kwaliteit van het (voortgezet) onderwijs op een hoger plan te brengen.

Leerlingen blijken een andere leerbehoefte te hebben en een andere leermethode waarmee met ICT middelen aan kan voldaan kan worden. Dit moet niet los gezien worden van de het leerniveau  en de persoonlijke leerstijl van een leerling. Ook zal de komende generatie docenten met de moderne ICT middelen willen werken en geen genoegen nemen met ouderwetse content. De gesloten en inflexibele informatiesystemen van de school gaan tegenstaan. Door een dagelijks aanwezig zijn op het web, komt de docent in aanraking met een groot aantal alternatieven die beter hanteerbaar zijn en bovendien gratis. En…volgens het Programme for International Student Assessment (PISA 2009) zijn de ICT gerelateerde vaardigheden van een gemiddelde leerling uit het voortgezet onderwijs verder ontwikkeld, dan die van een gemiddelde docent.

4.5 Stakeholders

Met de wettelijke bepaalde stakeholders moet een goed contact worden onderhouden. Dit moet gezien worden als een zakelijke relatie, waarbij de resultaten van de wettelijke verplichtingen inzichtelijk worden gemaakt. De ‘resterende’ stakeholders kunnen op de hoogte gehouden worden van de verrichtingen op de reformatorische scholengemeenschap door de website, informatieve e-mail en eventuele contactmomenten.

In het contact met ouders liggen voor de school kansen. Een goede samenwerking met de ouder(s) of opvoeder(s) zorgt ervoor dat er meer begrip is van beide kanten. Op deze manier zitten de partijen meer op één lijn wat voor het onderwijs en op de opvoeding van de jongere een positieve invloed kan hebben. Te denken valt aan informatieve e-mail en contactmomenten (ouder-, opvoedkundige, media-educatie avonden of persoonlijke gesprekken).

‘Bezuinigen of heroverwegen?’

Werkt het?

Mag het?

Past het? 

Hoort het?

“Met minder financiering meer kwaliteit van onderwijs!”[13]

 

H5. Welke prioriteiten moet de reformatorische scholengemeenschap stellen om te presteren én te bezuinigen?

5.1 Focus leggen op de kerntaken en ‘oude’ beleidsprioriteiten schrappen

‘Leren moet centraal staan’! [14] In de beleidsnota (2011) van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap noemt vier essentiële taken voor een onderwijsorganisatie die aan dit standpunt bijdragen:

  • Een goede structuur voor leerplan- en toetsontwikkeling, toetsing en normering:

In het regeerakkoord wordt toegewerkt naar een kwaliteitsnorm waarbij de toegevoegde waarde van de school zwaar meeweegt. Daarbij moeten leerlingvolgsystemen aanwezig zijn en uniforme toetsen.

  • Het systeem van checks and balances herzien:

Individuele scholen verantwoorden zich horizontaal aan hun stakeholders zoals ouders en leerlingen.

  • De kennisketen inzetten voor een eenvoudige kennisbasis:

De eerste verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij scholen zelf, die binnen hun lumpsum ruimte

hebben voor de ontwikkeling van hun onderwijs.

  • De ICT-infrastructuur waarborgen:

Het gaat hierbij zowel om infrastructuur en standaarden voor de digitale verbindingen tussen scholen, ouders en leerlingen, als om standaarden die de verschillende modules in het digitale lesmateriaal op elkaar laten aansluiten. Dit laatste is noodzakelijk om uiteindelijk tot digitale doorlopende leerlijnen te komen.

5.2 Presteren op de reformatorische scholengemeenschap

Samen met het leerproces moet ook het primaire proces en het managementproces georganiseerd worden. Dit zijn de grote lijnen die herkenbaar moeten zijn op de reformatorische scholengemeenschap en waar op ingezet kan worden. Concreet betekent dit de volgende inzet: collectieve ambitie, systeemdenken, teamleren, mentale modellen kennen en persoonlijk meesterschap (Senge, 1992).

Op deze manier wordt er geïnvesteerd in het menselijk kapitaal van een onderwijsorganisatie en dit zorgt voor rendement in de vorm van gemotiveerde werknemers, kwaliteit van de producten die geleverd worden (kennis en vaardigheden), tevreden leerlingen en ouders en een goede naam van de school (benchmarking).

 

5.3 Bezuinigen én heroverwegen op de reformatorische scholengemeenschap

Het is als onderwijsorganisatie belangrijk om scherp te hebben wat het ministerie van OCW verplicht heeft gesteld en waar de inspectie op controleert. De resultaten worden getoetst en dit zijn ook de resultaten waar de reformatorische scholengemeenschap op wordt beoordeeld.[17]Een belangrijke leerlijn op de reformatorische scholengemeenschap zou moeten zijn: ‘burgerschap en socialiseren’. Dit is een politieke eis, maar ook een maatschappelijke vraag. Daarbij zou de ‘meerwaarde’ van de reformatorische scholengemeenschap beter tot zijn recht komen. Het maatschappelijke perspectief wat in artikel 23 van de Grondwet besloten zit, wordt dan zichtbaar.

Met de focus op de politieke eis en de maatschappelijk vraag zouden er taken verdwijnen of andere taken belangrijk worden op de reformatorische scholengemeenschap. Dit komt door de bezuinigingen, het invoeren van passend onderwijs, maar ook door het vernieuwde strategisch beleidsplan. Een aantal zaken kunnen na aanleiding van bovenliggende studie aangewezen worden:

  • Focus op de eis van de politiek: taal, rekenen, rtti, lvs, etc.
  • Focus op de vraag van de maatschappij: burgerschap en socialiseren
  • Taakbeleid zoveel mogelijk onderbrengen in LB, LC en LD schalen (takenlijsten inkorten en niet alle taken willen uitschrijven).
  • Focus op het menselijk kapitaal: intrinsieke motivatie stimuleren
  • Focus op het primaire proces: docenten en lesgeven
  • Verder onderzoek: organiseren van lerende organisatie

 

Extra tips

  • Formatie plan en prognose leerling aantallen voor de komende jaren op elkaar afstemmen (vacature stop of op basis van detachering)
  • (Vrijwillige) ouder bijdrage verhogen
  • 1 uur meer les per docent voor hetzelfde geld

Ondanks dat er geen concrete getallen beschikbaar hebben, is het mogelijk dat door middel van in te zetten op bovengenoemde kernwaarden,  20% bezuiniging te realiseren is. De daadwerkelijke financiële berekening is voor een vervolgstudie. Voor het doorvoeren van de bezuiniging moet er niet alleen naar de financiële component worden gekeken, maar moet er ook gericht ingezet worden op het persoonlijk eigen maken van de veranderingen die de bezuinigingen teweeg brengen.

H6. Uitleiding

Dit onderzoek naar kernwaarden heeft met name plaatsgevonden door middel van een bureaustudie. Om een kernwaarde onderzoek echt goed vorm te geven moet er echter gebruik gemaakt worden van kennis uit de organisatie zelf en is het van groot belang om bijvoorbeeld gebruik te maken van interviews of brainstormsessies. Deze zorgen ervoor dat een kernwaarde onderzoek echt de kern van de instelling raakt en van nut kan zijn voor de te maken keuzes. Tevens zorgt dit in de praktijk voor begrip en  draagvlak voor de te nemen bezuinigingen.

Het benoemen van bezuinigingen en het vertalen hiervan naar concrete bedragen blijkt een vak apart te zijn. Zeker in een korte periode waarin dit onderzoek tot stand is gekomen  blijkt dit vrijwel onmogelijk. Dit onderzoek is dan ook niet verder gekomen als het benoemen van de onderdelen waar mogelijk het takenpakket verkleint kan worden

Naast draagvlak voor bezuinigingen is er ook draagvlak nodig voor de kernwaarde van een organisatie. Kernwaarden horen iets te zijn wat niet enkel op papier beleden wordt, maar ook in de dagelijkse gedragingen van de mensen binden de organisatie tot uiting komt. Zeker voor een  onderwijsinstelling waar het reformatorische gedachtegoed een belangrijke kernwaarde vormt is dit van belang.

Literatuurlijst

  • Hoogendijk, C., Meemaker, C. (2010). Krachtbron van een lerende organisatie.
  • Jansen, T., Brink, G., van den, Kole, J. (2009) Beroepstrots. Een ongekende kracht.
  • SEO Economisch Onderzoek (2011). Tussenmeting versterking functiemix 2011, Eindrapport. In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Universiteit Amsterdam.
  • Perschar, J., Hooghoff, H., Dijkstra, A.B., Dam, G., ten (2009). Scholen voor burgerschap: naar een kennisbasis voor burgerschapsonderwijs.
  • Senge, P.M. (1992). De vijfde discipline. De kunst en praktijk van de lerende organisatie.
  • Steijn, B., Groeneveld, R. (2009). Strategisch HRM in de publieke sector.
  • Weggeman, M. (2006). Leidinggeven aan professionals; het verzilveren van creativiteit.
  • Weggeman, M. (2010). Kennismanagement. Inrichting en besturing van kennisintensieve organisaties.

 

Internet

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/passend-onderwijs/plannen-passend-onderwijs

http://nos.nl/artikel/346728-tot-16-miljard-meer-bezuinigen.html

http://www.passendonderwijs.nl/beleid-regelgeving/hoofdpunten-passend-onderwijs/

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiering-onderwijs?ns_campaign=Thema-onderwijs_en_wetenschap&ro_adgrp=Financiering_onderwijs&ns_mchannel=sea&ns_source=google&ns_linkname=%2Bbekostiging%20%2Bonderwijs&ns_fee=0.00

http://www.vo-raad.nl/themas/bekostiging/toekomstgericht-financieel-sturen/rapport-commissie-don

http://www.vo-raad.nl/themas/bekostiging/financiele-ontwikkelingen-vanaf-2012

http://www.trendsinbeeld.minocw.nl/vervolg.php?h_id=1&s_id=12&titel=Socialisatiefunctie

http://www.schoolvo.nl/?p_schoolcode=40784-02EA-000#

[1] Aanbevelingen Onderwijsraadadvies Naar hogere leerprestaties in het voortgezet onderwijs (2011)

[2] Er wordt steeds gesproken over DE reformatorische scholengemeenschap. Het gaat hier om de scholengemeenschap uit de casus.

[3] Verdere informatie: http://www.passendonderwijs.nl/beleid-regelgeving/hoofdpunten-passend-onderwijs/

[4] http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/passend-onderwijs/leerlinggebonden-financiering-lgf-of-rugzak-verdwijnt

[5] http://wetten.overheid.nl/BWBR0018091/geldigheidsdatum_26-05-2010

[6] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-4418.html

[7] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-15136.html

[8] Jaarverslag van de medezeggenschapsraad cursusjaar 2011-2012

[9] Bijlagen komen uit ‘Venster voor verantwoording’: www.venstervoorverantwoording.nl

[10] In ‘Venster voor verantwoording’: www.venstervoorverantwoording.nl

[11] Strategisch beleidsplan Driestar College 2012-2016

[12] www.venstervoorverantwoording.nl

[13] Jaarcongres Finance in het Onderwijs: http://www.financeinhetonderwijs.nl/

[14] Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het kader van herziening subsidiebeleid onderwijssubsidies

[15] http://www.dekenniswerker.com/files/Onderzoeksrapport_literatuuroverzicht_kenniswerkers_nederlands1.pdf

[16] New Public Management in het voortgezet onderwijs (Boogaard, 2013)

[17] ‘Venster voor verantwoording

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s