Hoe onze hersenen omgaan met internet (Het ondiepe, door Nicholas Carr)

‘Ons schrijfgerei neemt deel aan het vormen van onze gedachten’ (Friedrich Nietzche)

Neemt de kracht van onze hersenen door het gebruik van internet af? Deze vraag zet Nicholas Carr in zijn boek ‘Het ondiepe’ centraal. Vanuit het persoonlijke gevoel dat zijn brein aan het veranderen is, duikt Carr de geschiedenis en wetenschap in. Hij beschrijft kantelpunten (op schrift stellen, boekdrukkunst, ICT) in de geschiedenis, gebruikt tientallen wetenschappelijke onderzoeken en metaforen om de voor en nadelen van gebruik van ‘het net’ te duiden. Crux: is deze andere manier van denken het kruispunt van intellectuele (rijkdom) en culturele geschiedenis (lineair denkproces)? Je zou het haast denken als een oud-hoogleraar het volgende formuleert: ‘Ik ervaar intellectuele opwinding als ik op internet surf, mijn hersenen lichten op, het lijkt of ik slimmer word’. Carr is zelf zeer pessimistisch over dit medium (is voor het schrijven van dit boek verhuisd van stad naar platteland om tot rust te komen): ‘laten we al deze razernij toe in onze ziel en dat van onze kinderen?’

Deze uitgebreide ‘samenvatting’ is lineair aan het boek, zonder hyperlinks en vraagt aandacht. Voor mij was het lezen van ‘Het ondiepe’ en het maken van de samenvatting een training in geconcentreerd en diepgaand lezen.

In 1964 voorspelt McLuhan in zijn boek ‘Understanding Media, the Extensions of Mann’ het doorbreken van het lineaire denken door toedoen van een (willekeurig) medium. De mensen hebben het over de inhoud van een dergelijk medium, maar vergeten het communicatiemiddel: ‘The Medium is the Message’.Voor sommigen is met de komst van internet De Gouden Eeuw aangebroken, anderen zijn bang voor middelmatigheid en narcisme. Laatstgenoemden waarschuwen voor ‘dat de aandacht voor de content ons blind kan maken voor diepere effecten’. Carr gebruikt hiervoor een pakkende metafoor: de inhoud van het medium is slechts ‘het sappige stuk vlees dat een inbreker bij zich heeft om de waakhond van het verstand af te leiden’. Als een feestmaal, van het ene naar het andere sappige stukje eten, geen tijd om op adem te komen. Het medium is onze knecht, maar ook onze meester.’Ooit was ik een diepzeeduiker, nu glijd ik over het oppervlakte als een jetskiër’. Tien jaar geleden (2007) kreeg Nicholas Carr het gevoel dat het diepe geconcentreerde lezen bij hem aan het verdwijnen was en dat zijn manier van denken veranderde. Was dit iets om zich zorgen over te maken? Waarom zou je een boek van 250 bladzijden lezen (dwaas) als je samenvatting kan lezen of passages kan opzoeken via Google Book Search (gedachte van o.a. veel wetenschappers)?

Carr begint zijn ‘journey’ met het schetsen van beelden in zijn hoofd uit het verleden. Het was allemaal rustig en ordelijk (lineair). Ook zijn studententijd en de uren die hij doorbracht in de bibliotheek. Omringt door duizenden boeken die eigenlijk zeiden: neem je tijd, we lopen niet weg. Stilte. Totdat: opkomst van en persoonlijke interesse van Carr voor ICT. De twijfel slaat toe. Hoe meer zijn hersenen te eten kregen, hoe hongeriger ze werden.

Veranderen de hersenen door het gebruik van internet? We duiken de geschiedenis en zien Friedrich Nietzsche achter zijn typemachine zitten (1879). Een vriend bemerkt een verandering in schrijfstijl en zelf zegt Nietzche hierover: ‘Ons schrijfgerei neemt deel aan het vormen van onze gedachten’. In de 20ste eeuw leefde de gedachte nog dat hersenen na de jeugd niet meer veranderden. Er was alleen sprake van degeneratie en afsterven.  Aan deze theorie werd toen gerammeld (Young/James/Freud) en er werd plasticiteit vastgesteld (hersenen niet hardwired), door onderzoeken met apen (Merzenich) en slakken (Kandel). Vrijwel al onze neurale circuits (voelen, horen, bewegen, denken, leren, waarnemen of herinneren) zijn onderhevig aan verandering. Deze onderzoeken bevestigen zowel het empirisme en rationalisme (of nurture en nature gedachte). Neuroplasticiteit vindt voortdurend plaats (Hallet/Pascual-Leone). We passen ons aan veranderende omstandigheden, leren nieuwe feiten en ontwikkelen nieuwe vaardigheden. Dus niet alleen product van genen, jeugdervaringen, maar we van alle dag (Buller). Wat blijkt? We worden, neurologisch gezien, wat we denken. Plasticiteit is niet hetzelfde als elasticiteit. Veel gebruikte circuits worden efficiënter, andere worden weggesnoeid. Neuronen onverschillig, kans op intellectueel verval: survival of the busiest (Swartz). Het is lastig om terug te keren.

Carr vergelijkt de ontwikkeling van landkaart in de tijd met de zichtbare (cognitieve) ontwikkeling van het tekenen van een kind (Jean Piaget). Kinderen tekenen eerst wat ze zien en in een later ontwikkelingsstadium wat ze weten (intellectuele volwassenwording). De ‘tijd’ zorgde voor verandering: nauwkeurige tijdmeting in Middeleeuwen (Benedictijnen). Klokken gingen luiden. Net als de landkaart veranderde de klok onze manier van denken. Onze manier van denken werd Aristoteliaans in het opmerken van abstracte patronen achter de zichtbare oppervlakten van de materiële wereld. De klok speelde en cruciale rol van Middeleeuwen naar de Renaissance en vervolgens naar de verlichting. ‘Abstracte raamwerk van opgedeelde tijd’ werd het ‘ijkpunt van zowel ons handelen als ons denken’.

Carr deelt technologieën in 4 categorieën in: 1) de ploeg, de stopnaald en stopnaald (vergroot fysieke kracht, handigheid en veerkracht) 2) microscoop, geigerteller en geluidsversterker (versterkt bereik en gevoeligheid zintuigen) 3) stuwmeer, anticonceptiepil en genetisch gemodificeerde maisplant (natuur anders inrichten zodat zij beter voorziet in behoeften en verlangens) 4) kaart, klok en andere hulpmiddelen (uitbreiden van geestelijke vermogens of ondersteunen). Deze intellectuele technologieën leiden tot nieuwe manieren van denken. Elke intellectuele technologie belichaamt een intellectueel moraal (kaart en klok). Doel van hulpmiddel is praktisch maar intellectuele ethiek wordt zelden onderkend. Volgens deterministen ‘zitten de dingen in het zadel en zij berijden de mensen’ (Veblen, Marx, Emerson, McLuhan). Versus instrumentalisten: ‘technologie is slechts technologie’. We begonnen onze levens, onze sociale milieus en zelfs onze ideeën in kaart te brengen. Onder invloed van de mechanische klok begonnen de mensen hun hersenen hun lichaam- het hele universum in feite- te zien als uurwerk. ‘Gods schepping was niet langer een mysterie dat aanvaard diende te worden, maar een puzzel om op te lossen’. ‘Technologieën zijn niet alleen externe hulpmiddelen maar ook interne transformaties van het bewustzijn, vooral wanneer ze het woord raken’ (Walter Ong). Als voorbeeld: leren lezen vormt de volwassen neuropsychologische systemen op een ingrijpende manier (Ostrosky-Solis). Van spraak naar geletterdheid. Ontwikkeling en verbetering? In die tijd waren (ook) meningen verdeeld. Als Egyptenaren zouden leren schrijven dan zouden ze ten prooi vallen aan vergeetachtigheid (Thamus). We bereiken niet de intellectuele diepgang die leidt tot wijsheid en waar geluk (Socrates). De mondelinge geestesgesteldheid was Plato’s voornaamste vijand. In ‘Phaedrus’ en ‘De Republiek’ zien we bewijs van spanningen tussen overgang van mondeling naar literaire cultuur. De mondelinge wereld van onze verre voorouders heeft wellicht emotionele en intuïtieve diepte gekend die wij niet meer kunnen waarderen. Maar geletterdheid is noodzakelijk voor wetenschap, geschiedenis, filosofie, het begrip van literatuur en alle andere kunsten en zelfs ook voor de uitleg van de taal zelf.

Hoe verliep het op schrift stellen volgens Carr? Het begon met ‘tekenen’ op gladde voorwerpen. Soemeriërs gebruikten voor het eerst een vast medium, een kleitablet. Zij nummerden de tabletten. Kostbaar, daarom bleef lezen en schrijven een obscure vaardigheid. Egyptenaren (2500 v. Christus) rollen van papyrusplant. Ook dit was kostbaar, daarom behoefte aan goedkopere versie om bijvoorbeeld op scholen te gebruiken (wastablet). Van boekrollen naar boeken. Mondelinge wereld nog steeds van grote invloed: alles werd nog hardop gelezen (Sint- Augustinus was verbaasd toen hij Sint-Ambrosius stil zag lezen). Er was sprake van scripturae continua, zinnen zonder spaties. Men schreef wat men hoorden, ook in volgorde. De orale traditie bleef manier van schrijven bepalen. Dit was voor lezers een extra cognitieve last (Saenger: space between words). Veel neurale activiteit. Na de val van het Romeinse Rijk maakte de schrijftaal zich los van de orale taal en paste zich aan aan de behoeften van lezers. Aantal geletterde mensen steeg, mensen gingen alleen lezen, er kwamen spaties en interpuncties. Het lezen vereiste complexe veranderingen in de hersencircuits (net als nu bij beginnende lezers). Lezen kost concentratie en discipline. Het vermogen om ononderbroken met iets bezig te zijn is een vreemde afwijking in de geschiedenis van de psychologische ontwikkeling (Bell). De menselijk geest is gericht op verandering (roofdieren). Lezers ontwikkelen speciale hersengebieden voor ontcijferen tekst (Mayanne Wolf). Het lezen van een boek was een meditatief moment, de geest werd gevuld. Het brein van deze diepe lezers was niet alleen geletterd, maar ook literair. Door verdwijnen van scripturae continua werd schrijven eenvoudiger, mensen kregen eigen schrijfstijl. Aan het einde van de 14de eeuw ontstonden alinea’s, hoofdstukken en verwijzingen.Dit alles had maatschappelijke en culturele gevolgen. Stillezen in bibliotheken en universiteiten. Stil, afgezonderd onderzoek werd een voorwaarde voor intellectuele prestaties. Het conflict tussen Socrates (redenaar) en Plato (schrijver) werd beslecht. De boeken waren echter nog kostbaar.

Johannes Gutenberg (goudsmid) vindt de boekdrukmachine uit (1445). Volgen Francis Bacon veranderde alles om hem heen. De prijs zakte, perkament werd vervangen door papier (uit China). Prijs daalde, vraag steeg. In 50 jaar meer boeken gemaakt als in 1000 jaar daarvoor door klerken. Verkleining van de boeken (1500), lezen werd onderdeel dagelijks leven. Aan het einde van de 16de eeuw overspoelde de boekdrukkunst de wereld. Kranten, wetenschappelijke tijdschriften, bladen, maar ook werken van Shakespeare, Cervantes, Moliere, Milton, Bacon, Descartes. Er kwam echter ook veel pulp.

Zo veel boeken- zo veel verwarring!
Om ons heen een oceaan van drukwerk
En het meeste ervan bedekt in schuim
(Lope de Vega, 1612)

Republiek der Letteren: burgerschap betekent lezen en schrijven (Darvard). De wereld was herschapen.

Het huis was stil, de wereld was bedaard.
De lezer werd het boek; en de zomeravond

Was als het bewuste zijn van het boek.
Het huis was stil, de wereld was bedaard

De woorden klonken alsof er geen biek was,
Behalve dat de lezer zich over de bladzijde boog,

Zich wilde buigen, met alle wil verlangend om
De geleerde te zijn voor wie zijn boek waar is, voor wie

De zomernacht als de vervolmaking van een gedachte is.
Het huis was stil omdat het zo moest zijn.

De stilte was deel van de betekenis, deel van de geest:
De volmaakte toegang tot de bladzijde.
(Wallace Stevens)

Met andere woorden: de lezer wordt het boek. Naarmate de taal zich uitbreidde, verdiepte het bewustzijn. De woorden in het boek versterkten niet alleen de gave van de lezer om abstract te denken; zij verrijkten de ervaringen van de lezer met de fysieke wereld, de wereld buiten het boek. We bevinden ons net als onze voorouders tussen twee technologische werelden. De drukpers wordt weggeduwd door de elektronische revolutie. Een nieuwe intellectuele ethiek dient zich aan, paden in onze hersenen verlegd. Moderne media hebben gemeenschappelijke bron: Audion, elektronische versterker (Lee de Forest). Draadloze transmissies over langere afstanden werden mogelijk (telefonie, enz.). Uitspraak: ‘eikel die uitgegroeid is tot een gigantische eik die tegenwoordig de hele wereld omsluit’. Ook geestelijke armoede, hij was somber over de ontwikkeling in de toekomst. Alan Turing (kraakte in WOII de codes van Enigma) was de uitvinder van de digitale (universele) computer. Alles kon gereduceerd worden tot een reeks van enen en nullen en verwerkt, afgebeeld of afgespeeld worden. Bedrijven en organisaties begonnen op deze ontwikkeling in te spelen. Het is een handelsroute geworden. Het is zowel een persoonlijk als zakelijk medium. Het is ook een ontmoetingshuis van de wereld (Facebook, Twitter, MySpace, andere (a)sociale netwerken). Tijd die aan sociale media (internet) wordt besteed stijgt jaarlijks. Wanneer oude technologieën vervangen worden door nieuwe, worden de oude vaak nog lange tijd gebruikt en sommige verdwijnen helemaal niet (krant, dvd, cd’s), maar verliezen hun economische en culturele kracht.

Al het lezen is multi-sensorisch. Cruciaal verband tussen sensorische- motorische ervaring van het materiaal en de cognitieve verwerking van de inhoud van de tekst (Anne Mangen). Bijvoorbeeld hyperlinks: ze verwijzen niet (alleen), maar ze duwen met kracht. Zoekopdrachten zorgen voor fragmentatie. We zien het bos niet als we het net doorzoeken, zelfs niet de bomen. Alleen takjes en blaadjes. Telkens wanneer we onze computer aanzetten worden we ondergedompeld in een ecosysteem van onderbrekingstechnologieën (Corry Doctorow). Terwijl het net zich uitbreidt, krimpen andere media in. Bedrijven passen zich aan. ‘Als je makkelijk toegang tot informatie hebt, dan ben je geneigd te kiezen voor het korte, het lekkere,en het samengeraapte. Ondanks alle voordelen van een papieren boek heeft de e-reader vaste voet aan de grond gekregen. Een populaire e-reader is de Kindle van Amazons: gratis internet en toegang tot vele kranten, bladen en artikelen (hypertekst). Verschuiving van het boek naar digitale rijk niet zomaar vervanging van inkt naar pixels. ‘de grootste genoegens van het lezen van een boek -de totale onderdompeling in een ander universum of in ideeënwereld van de schrijver -onder druk komt te staan. (Rosen)’Mijn ogen waren rusteloos en sprongen heen en weer’. De links en andere digitale foefjes slingeren de lezer van links naar rechts. Vooks (samenvoeging boeken en video): boeken kunnen niet meer lineair zijn (Judith Curr). Boeken, titels, hoofdstukken, bladzijden aantrekkelijk maken, zodat deze beter scoren in rankings. Een boek of brief was volmaakt, een e-reader kan geupdate worden. Onze voorkeur voor het informele en het directe heeft geleid tot een verarming van uitdrukkingskracht en een verminderde welbespraaktheid. ‘De ecologie van de onderbrekingstechnologieën’. Er was ook schijnbare concurrentie van het boek. In 19de eeuw de krant. ‘ Voor het eind van deze eeuw zal alles wat gedrukt wordt, al het menselijk denken, bestaan uit journalistiek’ (Alphonse de Lamertine). Daarna in de 19de eeuw de fonograaf van Thomas Edison. Boeken zouden nooit gedrukt worden: ‘ zij zullen al fonogrammen tot de lezers, of beter tot de hoorders, komen (Philip Hubert). ‘Mensen gaan lezen met de ogen dicht’ (Edward Bellamy). Terugkeer van de voordrachtkunst: ‘ o, wat brengt die stem mij in vervoering’ (Octave Uzanne). En wat dacht je van de komst van: film, radio en tv. ‘ Geletterdheid heeft wel een bepaalde waarde, maar is beslist niet langer het fundament van de maatschappij’ ( Mark Federman). ‘Onze oude literaire gewoontes waren simpelweg een neveneffect van leven in een omgeving met armoedige toegang’ (Clay Shirky). Typerend voor het onlineleven? Werken met verschillende schermen: we ons lot in handen gelegd van de jongleur.

Wat kan de wetenschap ons vertellen over de feitelijke invloed die het internet heeft op de werking van onze geest? Verontrustend zijn de tientallen onderzoeken van psychologen, pedagogen,  neurobiologen en webdesigners. ‘Gebruik van internet stimuleert de sensorische en cognitieve -herhaalde, intensieve, interactieve en verslavende- die resulteren in drastische en snelle veranderingen in d hersencircuits en-functies’. Tijdens het surfen wordt onze visueel, somatosensorische en auditieve hersenschors onafgebroken gevoed (klikken, scrollen, typen, aanraken, audiosignalen, visuele flitsen). Alle zintuigen worden tegelijk ingezet (behalve geur en smaak). De echte wereld verdwijnt naar de achtergrond, door wat we allemaal moeten verwerken. ‘Jongeren zijn nieuwsgierig naar leefwereld anderen, maar ook bang om iets te missen’ (Michael Hausauer).Het net legt beslag op onze aandacht om die vervolgens te versplinteren. ‘ De mens wil meer informatie, meer indrukken en meer complexiteit’ (Torkel Klingberg). We nemen betere beslissingen als aandacht een tijdje wordt afgeleid, maar tegelijkertijd moeten we een probleem goed kunnen doorzien om tot een oplossing te komen. Als er geen intellectueel doel voor ogen is, dan vindt er geen onbewust denkproces plaats (Ap Dijkstehuis). Onze hersenen worden  drastisch omgevormd door blootstelling aan internet. Het heeft neurologische consequenties (Merzenich). Andere circuits verzwakken (bijv. boeken lezen). Vijf uur op internet zorgt al voor herschikking hersenen (Gary Small). Het lijkt of onze hersenen worden getraind (analyseren, besluiten nemen), maar onze hersen raken overbelast (prefrontale cortex). ‘Het lezen van een boek prikkelt zintuigen chronisch te weinig’ (Steven Johnson). Maar is intellectueel wel bevredigend! ‘Beter een kalme geest dan een zoemende geest’.

Jon Sweller omschrijft het langetermijngeheugen (archief) en het werkgeheugen (kladblok). Het langetermijngeheugen is volgens hersenwetenschappers het centrum van onze kennis. ‘Onze intellectuele vaardigheden ontlenen we grotendeels aan schema’s die we in de loop van de tijd hebben opgebouwd. De diepte van onze intelligentie hangt af van onze vaardigheid om informatie van het werkgeheugen naar het langetermijngeheugen over te brengen, en die informatie in te passen in conceptuele schema’s’. Via het net wordt onze werkgeheugen cognitief overbelast (voorbeeld van bad vullen met vingerhoedje). Informatie wordt niet meer opgeslagen. Verband tussen ADD en overbelasting werkgeheugen?). ‘Overbodige probleemoplossing’ en ‘verdeelde aandacht’ zorgen voor cognitieve overbelasting (Sweller). ‘Probeer eens een boek te lezen terwijl je een kruiswoordpuzzel -gebruik internet- oplost’.

Jaren’80: ‘Hypertekst kan een openbaring zijn omdat lezers bevrijdt zijn van de halsstarrige stoffelijkheid van gedrukte tekst’ (Landow/Delany). Eind jaren ’80 was deze gedachten bekoeld. Verschillende onderzoeken wezen uit dat personen die lineair lezen de stof beter herinneren en uiteen kunnen zetten dan personen met hypertekst (overbelasting). Hypertekst minder persoonlijk en meer gericht op mechanisme en functies (medium!). Less is more! Minder is meer. Verschillende onderzoeken naar tekst en multimedia: bij toetsen scoren eerstgenoemde beter en worden laatstgenoemde veel meer afgeleid. Multimedia message gaat aandachtscapaciteit te boven. Gebruik maken van het auditieve (geluiden) en visuele (plaatjes) werkgeheugen kan effectieve werkgeheugen vergroten. Internet niet ontworpen door pedagogen, maar gericht op verdelen van aandacht. Mail, twitter, Facebook, enz. maken gebruik van ons kostbare werkgeheugen. Het ‘mulitasken’ kost omschakelkosten. Het net is als communicatietechnologie toegespitst op alles in de gaten houden en automatisch berichten versturen. Onderzoek naar online lezen laat zien dat er in sprongetjes en vluchtig (F=fast) gelezen wordt (Javal/Nielsen). Hoe lezen webgebruikers? ‘Zij lezen niet’ (Nielsen, 1997). Power-browsing: titels, inhoudsopgaven, samenvattingen worden horizontaal vluchtig doorgenomen. Draagt misschien bij aan efficiënter onderzoek en communicatie, maar alles is gericht op ‘efficiency’, ‘secundaire verwijzingen’ en ‘nog even doorlezen’. Zimming Liu: 82% gericht op niet-lineair lezen (2003). Mensen besteden meer tijd aan lezen, schermlezen welteverstaan (power-browsing of power-scanning). Vaardigheid van diepgaand lezen en scannen zijn belangrijk, maar verschuift naar scannen.

Er zijn ook positieve punten (browsen, surfen, scannen, multitasken) , zoals bijvoorbeeld een lichte groei van werkgeheugen (door plasticiteit hersenen). Het is te laat om terug te naar een rustigere tijd (Anderson). Maar: hoe meer we kunnen multitasken, hoe minder goed we creatiever of inventiever kunnen denken en minder productiever zijn (Jordan Grafman). ‘Je gaat meer vertrouwen op conventionele ideeën en oplossingen, in plaats van die op de proef te stellen met originele gedachten’.  Multitasken is niets anders dan het aanleren van vaardigheden op een heel oppervlakkig niveau (David Meyer). ‘Wie overal is, is nergens’ (Seneca).’onze nieuwe visueel-ruimtelijke vaardigheden gaan gepaard met een verzwakking van het soort diepere verwerken dat nodig is voor kennisverwerving, inductieve analyse, kritisch denken, verbeelding en reflectie’ (Patricia Greenfield). ‘Intensieve multitaskers zuigen irrelevante zaken aan’ (Clifford Nass). Jaar 1775: Samuel Johnson op bezoek bij Cambridge, werd aangesproken op lezen titels op rug boek. ‘Er zijn twee soorten kennis: we weten veel van onderwerp of we weten waar we informatie moeten opzoeken’. Is dat misschien het grote probleem van gebruik net? James Flynn (1980) toont aan dat IQ scores hoger worden. Komt dit door de nieuwe technologie? Deze stijging is al van voor WOII gaande. Testen op gebied van woordenschat, geheugen, algemene kennis en rekenen stagneert. Daling bij: wiskunde, verbale gedeelte, lezen (uitvoeren van een taak, verzamelen van informatie, beoordelen van literaire teksten). Ander landen daling IQ scores. Wat zit er dan achter Flynn-effect? Andere manier van denken over intelligentie. We leerden abstract t denken en deze intelligentie toe te passen op nieuwe problemen. We zijn slimmer op andere manieren. We hebben geen betere hersenen, maar andere.

Na Nietzche met zijn schrijfbal ging Frederick Winslow Taylor op pad met een stopwatch in een Midvale staalfabriek. Hij nam de tijd op van arbeiders achter machines en zorgde voor nauwkeurige instructies (algoritme!) voor elke individuele arbeider. Productiviteit sprong omhoog. The Principles of Scientific Management: voor elk soort werk de ‘enige beste methode’. ‘In het verleden kwam de mens op de eerste plaats, in de toekomst het systeem’. Taylors ethiek begint het domein van de geest te beheersen. Google zoekt naar het perfecte persoonlijke algoritme. Wat Taylor deed voor het handwerk, doet google voor het werk van de geest. Missie google: alle informatie ter wereld ordenen en toegankelijk en bruikbaar maken (morele kracht).Google is geboren uit de analogie van Larry Page. Hij haakte aan op het World Wide Web door het werkbaar en interessant te maken met een zookmachine (BackRub, later Google=googol=100 tot de macht 10). Google stemt af op de gebruiker, klikken zijn belangrijk. Dus niet lang lezen, Google leeft van afleiding. Real time search, streven van google en 100% gegevens van gebruikers. Met elke uitbreiding van Google krijgt het tayloristische ethiek een sterkere greep op ons intellectuele leven (bijv.: Google Book Search). Google streeft na om mensen van informatie te voorzien, maar krijgt een monopolie positie. Boeken worden gedigitaliseerd, maar hier wordt ook de cohesie van de tekst, de lineariteit van de redenering of het verhaal, opgeofferd. Door alle mogelijkheden wordt Google Book Search geen bibliotheek van boeken, maar van fragmenten. Het snel naar bovenhalen van relevante content is in de plaats gekomen van het langzaam doorgronden van betekenis.

Een (prachtige) passage uit The Machine Garden (Leo Marx) over de invloed van technologie op de Amerikaanse cultuur: een jonge schrijver genaamd Nathaniel Hawthorne zat in 1844 op een rustige plek in het bos te mijmeren. Plots wordt hij opgeschrikt. Deze lawaaierige aankomst van de trein is een associatie met het begin van de industrialisatie. Contemplatie (overdenken) en introspectie (zelfreflectie) zijn nodig voor verlichting, maar hier zit spanning tussen ‘de machine’ en ‘de tuin’ (Marx), het industriële ideaal en het pastorale ideaal. Er moet een tijd zijn om efficient gegevens te verzamelen en om onbevangen over een probleem na te denken (balans).’De enorme hoeveelheid boeken (Gutenberg) is in de 17de eeuw een overbelasting van de wereld (Robert Burton). De wetenschap wordt ook overspoeld, kennis groeit in de 20ste eeuw. Vannevar Bush is de grondlegger van onze moderne aanpak van informatiebeheer. Hij wilde het probleem van ‘overdaad’ oplossen, maar dit is alleen maar groter geworden (internet, google). Toen de trein Concord had verlaten wilde Hawthorne weer terugkeren in zijn diepe concentratie. Hij keek naar een mierenhoopje, sloot de ingang af en zag hoe de mieren in paniek raakte en rondrenden. Toen zag Hawthorn de schaduw veranderen en zag in de wolken de uiteengeslagen brokstukken van Utopia van dromers.

Volgens Larry Page (2007) is het menselijk brein een computer. Stelt Google daarom intelligentie gelijk aan efficiënte dataverwerking? Zij streven naar kunstmatige intelligentie! ‘Intelligentie is een reeks stappen van een mechanisch proces (tayloristische opvatting). Anekdote: bezoek aan Googleplex, sfeer was zo verstikkend knus (vriendelijk, vrolijk, huiselijk), plaats voor de duivel om zich te verstoppen. Google ‘god’ of ‘duivel’? Toch is het menselijk brein nog lang niet doorzien, te complex, te ingewikkeld.Eigen gedachten op papier, gedachten van anderen lezen (zorg van Socrates). Desiderus Erasmus (De Copia, 1512) raadde zijn studenten aan om woorden te markeren en aantekeningen bij te houden. Memoriseren leidt tot synthese en dieper inzicht (Erika Rummel). Seneca: bijen imiteren, wat we verzameld hebben met ons leeswerk bewaren in aparte hokjes, want dan blijft het langer goed, gebruik maken van onze talenten en alle nectarsoorten mengen die we hebben geproefd tot een zoete substantie, zelfs als de oorsprong duidelijk is, sterk verschilt van de oorspronkelijke staat. Het geheugen is een smeltkroes en opslagplaats (Seneca en Erasmus). In de Renaissance hadden citatenboekjes een vaste plaats in het onderwijs. ‘Er is nauwelijks iets nuttigers voor het geheugen dan een goed bijgehouden citatenboek, dit leidt tot inventiviteit’ (Francis Bacon). ‘Een citatenboek was voor een heer in de achttiende eeuw een verslag van zijn intellectuele ontwikkeling’ (Naomi Baron). In deze zelfde eeuw veranderde door de drukte in het leven echter deze status van het boekje en werd het zelf gezien als verspilling van tijd en belemmering mentale groei. De technologie zorgt voor extern geheugen. ‘Van buiten leren is uit de tijd, Google levert je met een klik de gewenste informatie’ (Peter Suderman/Tob Tapacott). Echter, voor de oude grieken was het geheugen een godin. ‘Onmetelijk en ondoorgrondelijk, een manifestatie van God in de mens’ (Augustinus). Het offloaden van die opslagcapaciteit werkt volgens Thompson en Brooks bevrijdend, geeft meer ruimte voor menselijkere actviteiten. ‘DIT KLOPT NIET!’ (Carr, 2013).

Terugkomend bij onderzoek met zeeslak en het raadsel van neurologie (Eric Kandel): kortetermijnherinneringen, werkgeheugen en langetermijngeheugen.
Meer soorten geheugen: primaire en secundaire herinneringen (Hermann Ebbinghaus, 1885-1890). Boksen en epileptisch: recente gebeurtenissen verdwijnen. Tijd nodig om kortetermijn- in langetermijngeheugen om te zetten (herhalen, repeteren!). Het kost ongeveer een uur voordat herinneringen worden vastgezet of geconsolideerd (Georg Muller en Alfons Pilzecker). Dit is een delicaat proces! Hier spelen biochemische en structurele veranderingen een rol. Onderzoek naar moleculaire verandering bij synapsen en kortetermijnherinneringen. Proces van kortetermijnherinnering waarbij neuronen, interneuronen, neurotransmitters (glutomaat, serotonine), synapsen, receptoren (o.a.) door moleculaire signalen op elkaar afstemmen (Kandel, Schwartz, Greengard). Maar hoe vindt omzetting naar langetermijngeheugen plaats? Genetica! Serotine speelt hierbij een belangrijke rol (onderzoek door: Kandel, Schwartz, Axel). Complex proces van gecompliceerde chemische en genetische signalen en veranderingen. Genen zijn geen determinanten van gedrag, maar reageren ook op omgevingsprikkels (leerproces). ‘De groei en handhaving van nieuwe synaptische uiteinden zorgen ervoor dat herinneringen beklijven’ (Kandel). Impliciete herinneringen door reflectieve of aangeleerde vaardigheden vragen geen geheugen. Expliciete herinneringen, dingen waarover we praten (complexe herinnering) vragen bij langetermijnopslag alle biochemische en moleculaire processen van synaptische consolidatie kijken (net als bij impliciete herinneringen), maar ook systeemconsolidatie. Hierbij draait het om ingewikkelde conversatie tussen cerebrale cortex en de hippocampus (speelt o.a. rol bij vorming/beheer expliciete herinneringen). Door hoofdletsel bij Moleison (1926), epilepsie, weghalen hippocampus (opslag en mysterieuze signaalprocessen om herinneringen vast te leggen in cortex): geen opslag recente expliciete herinneringen. Hippocampus soort dirigent van symfonie van bewuste geheugen (visueel, ruimtelijk, auditief, tactiel, emotioneel) en koppeling oud aan nieuw. Rijk netwerk van neuronale verbindingen die het geheugen flexibiliteit en diepgang geven (slaap belangrijk). Bij het menselijk geheugen spelen biologische, chemische, elektrische, genetische elementen een rol (geen vergelijking computer).

‘Degenen die het outsourcen van het geheugen aan het web roemen, zijn misleid door en metafoor’. Ze zien het fundamenteel organische karakter van het biologische geheugen over het hoofd. ‘Het brein dat zich herinnert, is niet het brein dat de oorspronkelijke herinnering vormde. Als een oude herinnering van nut wil zijn in het huidige brein dan moet de herinnering geupdatet worden’ (Joseph LeDoux). Het biologische geheugen bevindt zich in een permanente staat van vernieuwing. Werkgeheugen wordt vaak verward met langetermijngeheugen, echter: ‘de hoeveelheid informatie die in het langetermijngeheugen opgeslagen kan worden, is onbeperkt’ (Torkel Klingberg). Onze geest wordt scherper bij meer herinneringen en leren makkelijker nieuwe ideeen en vaardigheden aan (Sheila Crowell). Met het opslaan in het langetermijngeheugen versterken we mentale krachten en vergroten we intelligentie. Daarom: web geen substituut van geheugen.

Aandacht sleutelwoord ! ‘Een herinnering kan zich pas vastzetten als de binnenkomende informatie diep verwerkt wordt’ (Kandel). Aandacht is als een schim in het hoofd, maar is een fysieke toestand (begint in de frontaalkwabben van de cerebrale cortex). Stroom van gegevens via internet zit dit proces van aandacht in de weg. Vicieuze cirkel, want we worden dan gedwongen om gebruik te maken van het web. ‘Leren denken’ is’ leren hoe je invloed uit kunt oefenen op ‘hoe’ en ‘wat’ je denkt (David Foster Wallace). ‘Een hulpmiddel (geheugensteuntjes) zorgt voor vergeetachtigheid’ (Socrates). Risico van uitbesteden intellect en identiteit. Cultuur vormt geheugen en karakter. Individuele geheugen vormt en onderhoud het collectieve geheugen. Crux van culturele overdracht (in synapsen). We veranderen van kathedraalachtige persoonlijkheden in pannekoekmensen (informatie beschikbaar onder knop). ‘Wanneer geheugen geoutsourced wordt, kwijnt cultuur weg’.

Programma/software (ELIZA) van Joseph Weizenbaum laat stof opwaaien, want mensen voelen zich begrepen (door computer). Zelf mogelijkheden op mensen met psychische klachten te begeleiden. Maar: zodra werking wordt uitgelegd dan verdwijnt magie. Weizenbaum (Computer Power and Human Reason) zelf kritisch: ‘wanneer de mens deze technologieën omarmt, kunnen ze nooit meer opgegeven worden’ (niet terug te draaien afhankelijkheid). We geven menselijke kwaliteiten op die ons onderscheiden van machines. In die tijd waren echter deze woorden voor dovemansoren (en nu?). De hamer in de hand van de timmerman is volgens hersenen deel van hand. Zelfde met soldaat en verrekijker. Hersenen hebben het vermogen om samen te smelten met hulpmiddel. Technologie wordt verlengstuk van onszelf, wij worden verlengstuk van technologie (zie Nietzche met schrijfmachine en T.S. Eliot met typemachine). We verliezen vaardigheden (zoals schrijven op scholen). ‘Elk lichaamsdeel dat ondersteund wordt, stompt af’ (McLuhan, Understanding Media). Voorbeelden: wevers, boeren, wandelen.  Wordt al doorzien in Psalm 135: 15-18! We luisteren steeds minder naar onze zintuigen (klok, landkaart). Controle alleen mogelijk door psychologische distantie (huizen, jassen, rioleringen).

‘Wij programmeren onze computers en daarna programmeren zij ons’ (Culkin). Software tools brengen ons niet wat ze zouden moeten brengen (Van Nimwegen, experiment in 2003). ‘Hoe slimmer de software hoe dommer de gebruiker’. Neemt de kracht van onze hersenen af (greppelgraver met graafmachine)? Zoekmachines en onderzoek: vernauwing van wetenschap? Taylor en fabrieksarbeider: persoonlijk initiatief verdween (we handelen mechanisch). Experiment met drukke winkelstraat en natuur: natuur zorgt voor effectief cognitief functioneren. Onderzoek: empathisch vermogen neemt af? Laten we alle razernij toe in onze ziel?

Nicholas G. Carr (Connecticut, 1959) is een Amerikaanse schrijver, die schrijft over technologie, cultuur en economie. Voor zijn boek  ‘Het ondiepe: Hoe onze hersenen omgaan met internet’ was hij finalist voor de Pulitzer prijs 2010 (Wikipedia).

Advertenties

Een gedachte over “Hoe onze hersenen omgaan met internet (Het ondiepe, door Nicholas Carr)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s